Restauratie

Hoe De Warande in twintig jaar ging van een huis waarvoor afbraak dreigde, naar een beschermd monument waarin gewoond wordt.

Jaren tachtig

Afbraak dreigt

Eind jaren tachtig stond het huis leeg en was het er zo erg aan toe dat afbraak dreigde. Het advies waarop De Warande haar statuut van beschermd monument kreeg, was niet mild over de bouwfysische toestand.

Ingevolge leegstand en gebrek aan onderhoud erbarmelijk.

Bestuur van Monumenten en Landschappen

1989–1991

De redding

Paul Vandenbroeck

Een nieuwe eigenaar, kunsthistoricus Paul Vandenbroeck, liet dringende herstellingswerkzaamheden uitvoeren:

  • Het dak werd vernieuwd,
  • de verdwenen top van de achtergevel werd herbouwd,
  • de gevel voor- en achteraan gestabiliseerd en verankerd.
  • Grote gaten in de keldermuren werden gedicht.
  • De zolderverdieping kreeg een nieuwe eiken vloer en dito schrijnwerk.
  • De zolder werd een sober ingerichte ‘loft’, met een klein keukentje en een badkamertje.
  • Vandenbroeck haalde op de eerste en gelijkvloerse verdieping oude, versleten vloeren en tussenschotten weg.
  • De 16e-eeuwse wenteltrap, gerecupereerd uit het Mechelse huis ’t Vliegend Peert, werd geplaatst door aannemer Piet Strauven.

Door zijn toedoen kwam De Warande op 2 oktober 1989 op het voorontwerp van de lijst van voor bescherming vatbare monumenten. Op 22 maart 1991 beschermde toenmalig minister Louis Waltniel het huis als monument, “om reden van artistieke en historische waarde”.

Elisabeth Houben & Axel Buyse

Op 23 augustus 1999 kwam het nog grotendeels bouwvallige huis in het bezit van Elisabeth Houben en Axel Buyse, met de bedoeling het verder te restaureren en er te gaan wonen. Begin 2004 startte de restauratie, met subsidies van de Vlaamse Overheid, de provincie Vlaams-Brabant en de stad Leuven. Onder toezicht van ir. Piet Stevens was het werk in 2006 grotendeels voltooid.

De fiscus strooide roet in het eten met een forse claim omdat het huis niet tijdig bewoond zou zijn: te laat geleverde keukenapparaten golden als overmacht, een aanslepende restauratie van een beschermd monument niet.

Daarna moesten nog de dakgoten worden aangepakt, regenwater dat bij felle wind door de glasramen van de achtergevel sijpelde, en vochtproblemen aan de kant van een aangrenzend studentenhuis. Het huis kreeg de Monumentenprijs van de provincie Vlaams-Brabant en eindigde als tweede voor de Vlaamse Monumentenprijs.

Het grootste probleem voor het verdere beheer zijn de strenge isolatienormen. Ten tijde van de restauratie mocht er geen dubbel glas gebruikt worden, en overschakelen zou nu tot hoge kosten leiden. Volgens experts van Erfgoed kunnen de muren bij te sterke isolatie beginnen ‘zweten’ door de zouten die zich er in al die eeuwen hebben opgehoopt. Zware gordijnen en bij vriesweer een houtvuur houden de stookkosten voorlopig onder controle.

Vandaag

Het huis nu

De barokke voorgevel dateert van 1664, luidens de cartouche op die gevel. Daarvoor had De Warande naar alle waarschijnlijkheid een laatmiddeleeuwse trapgevel, en nog eerder een houten voorgevel. Opmerkelijk is hoe intact het voorhuis structureel gebleven is: de indeling werd in de jongste eeuwen niet meer ingrijpend gewijzigd.

In de top van de voorgevel zit een natuurstenen laadvenster. De zolder is opengewerkt met twee ovaalronde oculi in de achtergevel en bewaart haar dakconstructie met genummerde spanten en een grote windas. Boven de barokke rondboogdeur zit een sluitsteen met een hert in een warande, en tussen de twee bouwlagen staat een bijna onleesbaar opschrift: In De Warande Estaminet, een verwijzing naar de vroegere bestemming als brouwerij en drankwinkel.

Wat het bouwkundig onderzoek vond

Eind 2000 onderwierp Johan Grootaers van A.M. Consult de gevel aan een gedetailleerd materieel-technisch onderzoek. Hij spreekt van “een uitzonderlijke documentwaarde” voor de Brabantse bak- en zandsteenarchitectuur van de 17e eeuw in het hertogdom Brabant, met onder meer de oorspronkelijke afwerking in ‘alta rosa’.

Volgens dat onderzoek zijn de gesmede muurankers gerecupereerd van de laatmiddeleeuwse gevel, en stamt de witstenen kruisvensterpartij op de eerste verdieping uit een vroegere periode. Die vensterpartij werd in 1843 verwijderd, een van de grootste recente ingrepen aan het huis; delen ervan zijn in de kelder teruggevonden.

Binnen vond Grootaers oorspronkelijk laatmiddeleeuws metselwerk met kepervormige wandnissen. Ook de achterwand van de voorkamer op de gelijkvloerse etage behoort tot de oudste bouwfase. De huisscheidingsmuren op het gelijkvloers en de eerste verdieping kregen in de 17e eeuw een eenlagige kalkzandhaarbepleistering, samen te bekijken met de ‘geturkte’, gewelfde plafonds die alleen nog in de gelijkvloerse achterkamer, tegenwoordig de keuken, bewaard zijn.

Het beschermingsadvies beschrijft de voorgevel als een vier traveeën breed barok dwarshuis met twee bouwlagen, opgetrokken in bak- en natuursteen. Het gelijkvloers is opgevat als een winkelpui met drie rechthoekige vensters, de rondboogdeur heeft festoenen in de zwikken, en op de verdieping staan vier hoge rechthoekige vensters.